Het verschil tussen soft en sociaal
People, Planet, Profit. “Toen ik deze drie woorden voor het eerst las, werd ik getroffen door hoe briljant deze regel eigenlijk is! Bij alles wat je in het leven doet, zou je je moeten afvragen wat het betekent voor deze drie P’s.” Aan het woord is Peter Arensman, directeur van Bas Consultancy en klant van Athlon Car Lease. Een gesprek over goede doelen en winst maken.
“Ik gro
eide op in een gereformeerd boerengezin waar hard werken en naastenliefde de gewoonste zaken van de wereld waren. Toen mijn vader de boerderij verkocht, ging ik bedrijfseconomie studeren. Hierna startte ik een ICT-bedrijf dat mij negen jaar lang een redelijk inkomen bezorgde. Tijdens de internethype heb ik dit bedrijf voor nul gulden verkocht. Er was schuld en ik wilde anderen niet duperen met een faillissement. Zo was ik terug bij af. Ik had geen huis, geen pensioen, geen relatie, zelfs geen auto.”
Maar je was een ervaring rijker.
“Absoluut, maar dat zou ik pas later beseffen. Ik kon tijdelijk terecht in een appartement van een vriend en leende een kantoortje aan de Amsterdamse De Ruyterkade. Daar bedacht ik met Theo den Bieman, een vriend van de roeivereniging, het plan voor Bas Consultancy, een bureau voor het detacheren van professionals op hbo- en academisch niveau voor financiële, juridische en ICT-functies. Zelf hadden we op dat moment geen enkel bezit maar we besloten om een deel van de winst weg te geven aan goede doelen.”
Terwijl er nog niet eens een bedrijf was, laat staan winst?
“Dat klopt. Maar positivisme en doorzettingsvermogen zijn onmiskenbare eigenschappen van ondernemers. Shell heeft scenarioplanning uitgevonden, maar de ondernemer kent maar één scenario: succes. Vier jaar later was ons succes een feit en rees de vraag wat we met onze winst gingen doen. In lijn met Confucius bedachten we dat je mensen geen vis moet geven, maar een hengel. Wij besloten 10% van onze brutowinst te steken in onderwijs in de derde wereld.”
Waar begin je dan?
“Dat is inderdaad de vraag. Want dan blijkt dat er honderden stichtingen zijn die in Afrika scholen bouwen. Vaak worden ze gerund door goedwillende vakantiegangers die een leraar hebben ontmoet die wil lesgeven maar geen school heeft. Die mensen gaan dan geld inzamelen om een school te bouwen. Die fysieke school komt er dan ook, maar zonder enige visie op de output. Want het gaat er natuurlijk om hoeveel leerlingen je over zes jaar aflevert. Daarbij komt bij dat de betrokkenen aldaar zorgen dat zij zelf flink verdienen aan de bouw. Dit geld gaat dus niet naar de kinderen. Als ik ondernemers of medewerkers aan tafel kreeg die niet konden vertellen wat een zak cement kost, dan wist ik dat het niets zou worden. Zo had ik een reeks teleurstellende kennismakingen.”
Je hebt nooit overwogen om simpelweg geld over te maken?
“Geen moment. Omdat ik ondernemer ben en het ook mijn eigen geld is, keek ik kritisch naar mogelijke bestemmingen. Toen hoorde ik van een Nederlandse ondernemer die geld stak in modelboerderijen in West-Afrika. Boerderijen, dat sprak mij natuurlijk aan. Ik ging met hem mee naar Togo, Benin en Ivoorkust. Komen we bij een boerderij waar een groepje mannen gezellig aan tafel zit. Ik zie een keurige watertoren met een bordje, ik zeg maar wat: gedoneerd door Rotary Haarlem. Ook is er een generator: gedoneerd door Lions Amsterdam, en een irrigatiesysteem: gedoneerd door Mesics. Vervolgens kom ik bij een braakliggend stuk grond. Dat bestaat niet voor een boerenzoon! Dus vraag ik waarom het niet bebouwd is. Het antwoord was: ‘Omdat het irrigatiesysteem daar ophoudt’. Terwijl je het met een tuinslang zou kunnen besproeien. Maar dat zorgt voor meer werk, bovendien konden ze nu een aanvraag indienen voor een extra irrigatiesysteem.”
Dat hebben wij ze dus eigenlijk geleerd.
“Precies. Je kunt het hen niet eens kwalijk nemen. Toen concludeerde ik dat je geld niet moet weggeven, maar moet investeren. Het idee dat je je niet met de lokale cultuur moet bemoeien, vind ik onzin.”
Wederom was je een teleurstelling rijker en een goed doel armer.
“Ja. Maar toen zag ik een documentaire over een Fairtrade bananenbedrijf dat zoveel mogelijk ecologisch verbouwt en winst maakt. Er werd uitgelegd dat een gewone bananenboer niet genoeg verdient om zijn gezin te onderhouden en dat hij op zijn vijftigste sterft vanwege het vele gif dat hij moet spuiten. Dit bedrijf, Agrofair, stelt vijf- à tienduizend boeren in staat een normaal bestaan op te bouwen. Agrofair leert hen om meer ecologisch te telen en, als er toch gespoten moet worden, hoe je dit veilig doet. Het unieke van AgroFair is haar eigendomsstructuur. Deze boeren hebben namelijk een aandeel van 50% in het bedrijf, wat hen zeggenschap en beslissingsrecht geeft over de koers van het bedrijf, ook ontvangen zij een deel van de winst.”
Je ging er op af?
“Ik heb eerst via internet het jaarverslag gedownload en de volgende dag gebeld dat ik aandeelhouder wilde worden. De overrompelde receptioniste beloofde dat ik zou worden teruggebeld, maar dat gebeurde niet. Toen ik weer belde, kreeg ik te horen dat er een investeringsdrempel van een half miljoen was. Toen ik zei dat dat geen probleem was, werd ik alsnog doorverbonden met de financieel directeur. Aanvankelijk was deze man zeer kritisch naar mij als representant van de harde zakenwereld. Daarbij speelde dat Agrofair, na 10 winstgevende jaren, voor het eerst verlies draaide. Elk jaar was dividend uitgekeerd en geen buffer opgebouwd. We raakten aan de praat over het verschil tussen soft en sociaal. Ik vind dat je op de inhoud nooit soft moet zijn, al mag het natuurlijk wel op de vorm. Een werknemer die niet voldoet, krijgt een tweede kans. Als hij daarna nog niet voldoet, moet-ie weg. Dat vind ik niet asociaal. En als het kind van een goede werknemer ziek wordt, geef ik gerust vier maanden betaald verlof. Dat vind ik niet soft, maar sociaal. Toen concludeerde hij dat Agrofair die twee zaken 10 jaar lang door elkaar had gehaald.”
Je werd aandeelhouder?
“Ja, voor 10%. Met onze komst hebben we bijgedragen aan het doorvoeren van een aantal belangrijke veranderingen. Inmiddels maakt Agrofair weer winst. We produceren nu 70 miljoen kilo bananen onder de merknaam Oké. We meten regelmatig onze CO2-footprint. Ik verwacht niet dat die meting dit jaar ongunstig uitpakt.”
Je geeft veel weg. Heb je wel een tweede huis en een boot?”
“Ik heb een heel mooi huis. Dat is genoeg, want ik kan maar op één plek wonen. En ik heb een roeiboot. Om auto’s geef ik niet. Ik ben heel tevreden.”
[inzet]
De People, Planet, Profit BV
Peter Arensman is een ondernemer die structureel geld investeert in goede doelen. Eind vorig jaar richtte hij hiertoe de People, Planet, Profit BV op.
Onder deze BV hangen de ‘zonen’ BAS en WIM. WIM is een investeringsbedrijf dat bedrijven helpt om duurzame oplossingen en ideeën ten uitvoer te brengen. BAS besteedde in 2008 3% van de winst aan goede doelen die aansluiten bij de bedrijfsdoelstellingen. Zo sponsort BAS het Juliana Kinderziekenhuis, het Haags Historisch Museum, Kids Rights, Stichting Anno en het Residentie Orkest. Daarnaast steekt BAS ruim 50% van zijn winst in WIM. WIM, wat staat voor World Improvement Money, investeert in bananenbedrijf Agrofair, in kleine Duitse en Franse waterkrachtcentrales en in het Haagse biologische restaurant Watertanden.



